Moolenburgh ontmoet engelen

"De hemel is niet logisch te verklaren"

De Haarlemse arts Hans Moolenburgh vroeg begin jaren tachtig aan vierhonderd van zijn patiënten of ze ooit een engel hadden gezien. Deze vraag leidde uiteindelijk tot twee boeken over engelenontmoetingen. 'Engelen bestaan. Ik kan niets anders concluderen.'

Het valt volgens aardse begrippen niet te verklaren waarom Moolenburgh op 31 augustus 1981 besloot om aan zijn patiënten te vragen of zij ooit een engel hadden waargenomen. 'Het was bijna een krankzinnige gedachte. Ik wist totaal niet waar het vandaan kwam. Maar het zat zo sterk in mijn hoofd dat ik er wel wat mee moest doen. Ik denk dat het een stem uit de hemel is geweest. Het was wellicht een directe boodschap,' vertelt de Haarlemse arts.

Twee boeken schreef Moolenburgh over engelen: Engelen en Een engel op je pad. Vertalingen verschenen onder andere in Duitsland, Engeland en de Verenigde Staten. Hij geldt op dit onderwerp als een autoriteit en moest tot zijn eigen verbazing zelfs bij Sonja Barend en de BBC aanschuiven.

In Engelen verklaart hij het hoe en waarom van zijn onderzoek. Aan vierhonderd van zijn patiënten stelde hij na het consult de vraag of ze ooit een engelervaring hadden gehad. De vraag werd door 31 mensen met 'ja' beantwoord, nog geen acht procent. Zes mensen hadden in volle bewustzijn een engel in vol ornaat waargenomen, een dikke één procent van de geënquêteerden. Nogal magertjes gezien de hoge nood der mensheid. Evenwel, Moolenburgh is zeer enthousiast over de hoeveelheid. Als zijn groep van vierhonderd mensen enigszins een doorsnede van de Nederlandse bevolking zou vertegenwoordigen dan 'mogen we aannemen dat één procent van de Nederlandse bevolking van aangezicht tot aangezicht een engel heeft ontmoet, 160.000 mensen, een middelgrote stad. Een verbijsterend hoog aantal.'

Willekeur

Voor Moolenburgh staat vast dat engelen bestaan. Daar is volgens hem geen twijfel over mogelijk. 'Ik ben al 48 jaar arts. En ik weet wanneer mensen de waarheid spreken. Naast de directe getuigenissen heb ik brieven van mensen gekregen over hun wonderbaarlijke redding. Daaruit kan ik niets anders concluderen dan dat engelen bestaan.'

In de honderden interviews die Moolenburgh hield over engelen bleef de vraag nooit achterwege: vanwaar de schijnbare willekeur in de engelenverschijningen aan mensen die hulp nodig hebben. De arts en engelendeskundige moest evenzoveel keer (en nog steeds) een passend antwoord schuldig blijven. 'Soms worden mensen op wonderbaarlijke wijze gered en bij anderen die wellicht smeekten om een wonder gebeurde er niets. De hemel is niet logisch te verklaren. Logische verklaringen, zoals één plus één is twee, gelden alleen op aarde.'

Bovendien, als mensen voortdurend door engelen worden bezocht en behoed voor misstappen dan zou God de mensheid direct besturen, zo stelt Moolenburgh. 'Dan zou de mens zijn vrijheid kwijt zijn. We hebben een vrije wil. We mogen zelf beslissen over onze daden. Wij bepalen de spelregels. Als we die overtreden dan is het onze verantwoording. Als we bij elke stap die we nemen God of een engel ogenblikkelijk ingrijpt, dan zouden we geen ruggengraat hebben.'

Hij vertelt over de Amerikaanse studente die hem schreef over haar redding als dertienjarig meisje. Ze speelde in de Atlantische Oceaan en werd onderuit getrokken door een sterke stroming en verdween onder water. 'Ze merkte dat ze verdronk. Ze had geen vaste grond onder haar voeten. Maar ze was niet alleen. Naast haar zag ze een meneer die haar vertelde dat ze op vaste grond stond. Hij trok haar naar zich toe. Ze was gered. Eenmaal op het strand keek ze achterom en zag niemand. Het is een modern engelenverhaal. Zonder die man was ze zeker verdronken.'

Spijkerbroekengel

Moolenburghs boeken staan vol met dit soort verhalen waarvan je als lezer niet genoeg krijgt. Het boek Een engel op je pad is de weerslag van 'engelenpost' uit de hele wereld, ervaringen van mensen die verhalen over die bijzondere ontmoeting. Materiaal zat om meer boeken te schrijven. Gegarandeerd dat ze het succes van de eerdere boeken evenaren of zelfs overtreffen. Moolenburgh denkt daar anders over. 'Mijn zoon maakte daar nog een grap over. "Binnenkort komt het boek Nog meer engelen uit en daarna De engelen slaan terug." Nee, ik houd het bij mijn twee boeken. Ik vind het voldoende zo. Ik wilde over engelenontmoetingen schrijven en heb dat gedaan.'

In de ontmoetingen met engelen maakt Moolenburgh onderscheid tussen de traditionele engel (vleugels en blonde haar) en de 'spijkerbroekengel', die zich opwerpt als leidsman. 'Het is typisch dat mensen nooit naar de naam van de redder vragen. Als iemand jou uit een levensbedreigende situatie redt is normaal gesproken het eerste wat je vraagt hoe bij heet of waar hij woont. Je wilt toch contact hebben. Bij engelen gebeurt dat nooit. Ook opvallend dat mensen nadien wekenlang een geluksgevoel over zich hebben. Is een engelenontmoeting an sich een enge gebeurtenis? Beslist niet, meent Moolenburgh. Hij zegt: 'De verschijning van een engel past bij de geruststelling die nodig is. Anders gezegd, de gestalte van een engel is toegesneden op de persoon die hem ontmoet. Dit om gerust te stellen. In het geval van het Amerikaanse meisje dat bijna verdronk was de engel een opa-figuur. Je hoort ook vaak dat de eerste woorden zijn: "Vrees niet" Stel je voor dat het meisje geschrokken zou zijn van de engel, dan had ze nooit haar hand uitgestoken en was ze verdronken.'

Glimlach

Zelf heeft Moolenburgh ook een engelenontmoeting gehad. Dat was toen hij van Zuid-Frankrijk naar huis reed. 'Het was op een ochtend. We reden door een eenzaam landschap. We stopten om te picknicken en ik parkeerde mijn auto achteruit een kleine parkeerplaats in. Ineens hoorde ik krak en de auto bewoog niet meer voor- of achteruit. Ik had hem gespiest boven op een betonnen paal. Hulp was in geen velden of wegen te bekennen. Ineens stopten er twee rode auto's, waarin twee echtparen zaten. Ze pakten de achterkant van de auto beet en tilde hem één-twee-drie van de betonnen paal af. Van een van hen kreeg ik nog een gekke glimlach. We zijn meteen achter ze aan gereden, maar we hebben ze nergens meer gezien. Hoe langer het geleden is, hoe scherper de herinnering. Ik zie nog steeds die gekke glimlach voor me. Het was een merkwaardige ervaring. Ik was al met het boek bezig en ik denk dat het een knipoog uit de hemel was.' Dan zegt hij: 'Achteraf begreep ik die knipoog pas. De engelen vonden blijkbaar dat ik wat bemoediging nodig had. Twee jaar geleden is namelijk iemand uit mijn naaste omgeving overleden.'

Door Paul van Hooff

Bron: KRO's Studio

Naar begin

Parochie Sint Jan de Doper, Wierden